dit is de site van Cariet Leeuwis, kinderboekenschrijfster

wie-wat-waar?

voorlezen op school

links

boeken

tipje van de sluier

van schrijver tot boek

schrijftips

over Cariet

peuterhoek

over Cariet

Cariet aan het werk

 

 

vragen aan
de schrijfster

 

 

Cariets leven

vragen aan de schrijfster

-Wat is je favoriete kinderboek?
Ik heb niet echt een favoriet boek, maar ik lees graag historische verhalen zoals van Thea Beckman of Simone van der Vlugt. Vroeger vond ik 'Alleen op de wereld' erg mooi.

-Hoe oud ben je?
Ik ben geboren op 10 september, in het jaar 1964, dus reken maar uit…

-En waar?
In Gorinchem, daar heb ik tot aan mijn 22ste jaar gewoond en nu wonen we er sinds 2 jaar weer.

-Heb je broers en zussen?
Ja, een broer en twee zussen. Ik ben de jongste.

-Wat zijn je hobby’s?

Ik houd van achtbanen en spannende dingen doen, op vakantie gaan, mozaieken, naar de sauna gaan en yoga. Verder lees ik graag, elke avond een stukje, maar na drie bladzijden val ik in slaap. Zzzz…

-Hoeveel kinderen heb je?
Twee, allebei jongens. Roman is 17 en Stan is 13.

-Hoeveel boeken heb je geschreven?
Er zijn zeven boeken verschenen.

-Heb je huisdieren? 
We hebben bijna 20 jaar een poes gehad, Moppie. Die is helaas overleden. We hebben nu een nieuwe, die heet Purrie.


Dit was Moppie

-Wanneer begon je met schrijven?
Op een treurige manier; toen mijn vader doodging (een dag voor mijn 23ste verjaardag) heb ik mijn eerste verhaaltje (voor volwassenen) geschreven. Het ging over de dood en ik won er een prijs mee; het werd in een boekje gepubliceerd. Sindsdien ben ik niet meer opgehouden met schrijven. Voor kinderen begon ik met rijmpjes en mijn eerste verhaal ging over Zwitserland, dat werd 'sneeuw in de zomer'.

-Werk je met de pen of aan de computer?
Ik zit altijd achter de computer, maar heb ook een schrift naast me liggen waar ik ideetjes in opschrijf. Als ik het even niet meer weet, schrijf ik een stukje in het schrift, dan kom ik wel weer op gang.

-Wat is je lievelingseten?
Tja, ik houd van spruitjes en boerenkool, patat, pizza, appeltaart, kortom, je kan beter vragen wat ik niet lust.

-Wat lust je niet?


Kaas en melk.

-Hoe kom je op een onderwerp voor een boek?
Soms zie of hoor ik iets wat veel indruk op me maakt. Het laat me niet meer los en ik moet er gewoon iets mee doen. Dan bedenk ik er een verhaal omheen en het idee voor een boek is geboren.

-Wat is je lievelingskleur?
Donkerrood, oranje, knalroze, blauw (zoals de pijl onder aan deze pagina) en limoengroen. Felle kleuren dus, ik houd niet van saai.

-Waar kijk je graag naar op de televisie?
Elke avond naar het nieuws, verder soms naar een serie en af en toe zit ik lekker te zappen.

-Ben je zelf weleens op televisie geweest?
Nee, nog nooit.

 

 

Cariets leven 

Cariet is als jongste van vier kinderen geboren op 10 september 1964 in Gorinchem.
Daar heeft ze haar hele jeugd gewoond.

Op de foto staat ze met haar oudste zus Nel, die veertien jaar ouder is.
Haar vader was reisjournalist en was veel onderweg, maar haar moeder was altijd thuis.
Als hobby hadden haar ouders o.a. lezen. Cariet werd dan ook veel voorgelezen uit Nijntje, de Gouden Boekjes, Flipje of Piggelmee.

Zelf was Cariet niet zo’n boekenwurm, ze speelde liever buiten; hield van boompje klimmen en fikkie stoken. Af en toe was er tijd voor haar poppen of een boek; ‘Alleen op de wereld’, ‘Pinkeltje’ en ‘Ratje’ zijn titels die ze zich nog goed herinnert, maar toch kon je haar niet zoveel plezier doen met een boek. Wél met de Donald Duck, die haar kinderen nu ook elke week lezen.
Tegenwoordig is dat wel anders: nu móét Cariet een boek naast haar bed hebben. Het maakt niet uit of dat een kinderboek is of een boek voor volwassenen. Elke dag leest ze in ieder geval een paar bladzijden.

Op de middelbare school (HAVO) werd lezen verplicht en daardoor een vervelende klus. Ze was dan ook  blij toen ze alle boeken van haar lijst kon schrappen en haar diploma gehaald had.

Met vriendin Louise op de tandem  
Cariet wist niet goed wat ze daarna wilde gaan doen; met haar vakkenpakket op de HAVO kon ze niet zoveel kanten op. Uiteindelijk koos ze voor HBO-Jeugdwelzijnswerk in Rotterdam, wat haar veel beter beviel dan de middelbare school. Een van de vakken was jeugdliteratuur, maar nog steeds was ze niet bijzonder
Cariet 18 jaar geinterresseerd in het onderwerp.
Ze verhuisde naar Rotterdam en haalde in 1987 haar diploma.

 

 

 

Niet lang daarna overleed haar vader onverwacht, ze heeft toen weer tijdje bij haar moeder gewoond. In die tijd schreef ze haar eerste verhaaltje, als een soort eerbetoon aan haar vader. Het werd een kort verhaaltje voor volwassenen over de dood, wat ze instuurde voor een verhalenwedstrijd. Ze was een van de winnaars en het verhaaltje werd gepubliceerd in het boekje 'Koploper.'

Ze verhuisde naar Den Haag, waar ze een baan vond bij een internaat voor verstandelijk gehandicapte kinderen. Leerdam, waar haar man vandaan kwam. Ze kon gelijk aan de slag als groepsleidster op een dagverblijf voor verstandelijk gehandicapte kinderen. Dit werk heeft ze vijf jaar gedaan, tot haar oudste zoon Roman in 1993 geboren werd. Je kon daar toen nog niet in deeltijd werken, dus is ze helemaal gestopt.

In die tijd schreef Cariet korte verhaaltjes voor volwassenen, kinderversjes en deed een cursus verhalend schrijven.
Pas toen ze in Zwitserland op vakantie was geweest in 1996 begon ze met haar eerste kinderboek. Bij de vijfde uitgever was het raak; Sjaloom had interesse. Ze moest er nog een stuk bijschrijven en in 1999 resulteerde dit in haar eerste boek; 'Sneeuw in de zomer'. Daarna is ze niet meer gestopt met het schrijven van kinderverhalen.
Inmiddels was Stan geboren in 1997. Toen hij naar de speelzaal ging schreef Cariet in anderhalf jaar tijd 100 verhaaltjes over zijn belevenissen daar. Een aantal verhaaltjes zijn gepubliceerd in de boekjes van juf Paula.
Toen Stan vier werd en naar school ging kreeg ze meer tijd om te schrijven en sindsdien is ze regelmatig achter de computer te vinden, Ook is ze steeds meer gaan werken; als alfahulp, dat betekent schoonmaken bij oudere mensen die het zelf niet meer kunnen, bij de thuisondersteuning; helpen in gezinnen met een gehandicapt kind en in een logeerhuis waar jongeren met een beperking af en toe een weekendje komen.