dit is de site van Cariet Leeuwis, kinderboekenschrijfster

wie-wat-waar?

voorlezen op school

links

boeken

tipje van de sluier

van schrijver tot boek

schrijftips

over Cariet

peuterhoek

peuterhoek    

                                                       

 

gedichtje:
Nina Nee
is niet moe

met tips
voor de ouders:

slechte slaper?

 

 

 

gedichtje:
Nina Nee
lust geen erwtjes

 

met tips
voor de ouders:

slechte eter?

 

 

gedichtje:
Nina Nee
gaat met mama mee

met tips
voor de ouders:

winkelen/driftbui

 

 

voorleestips

 

 

geboortekaartje

 

 

 

 

   

 

 

Nina Nee is niet moe

 Nina Nee ligt in haar bedje.
Mama leest een boekje voor,
zingt een liedje, geeft een kusje
en zegt: ‘nu gaan slapen hoor.’

 Nina ligt onder de deken
met haar knuffel en haar speen,
maar ze vindt het niks gezellig,
O, wat voelt ze zich alleen.

 ‘Mama,’ roept ze, ‘mama wacht!
‘t is zo donker in de nacht.
Er zit een spook bij het gordijn.
Ik durf echt niet
alleen te zijn.’

 Mama jaagt het spook de deur uit
en doet een klein lichtje aan.
‘Kom,’ zegt ze, ‘ga lekker liggen,
ik denk dat het nu wel zal gaan.’

 Maar het gaat nog niet met Nina.
Haar oogjes zijn nog lang niet moe.
‘Mam,’ roept ze, ‘mag ik nog even
met jou naar beneden toe?’

 ‘Nee,’ zegt mama, ‘‘t blijft geen feest,
‘t is nu al acht uur geweest.
In je bedje, huppakee,
jij gaat echt niet
met me mee.’

 Nina Nee die snikt het uit
‘Mama je moet blijven.
Ik heb buikpijn, alsjeblieft
kun je niet even wrijven?’

 ‘En ik moet een grote plas,
een plas op de wc.’
Ze kijkt haar mama smekend aan.
‘Ga je dan even mee?’

 Na een plas en een slok water
ligt kleine Nina even later
in haar bedje en ze gaapt…
Ssstttt,
Ik geloof dat ze nu eindelijk slaapt.

                                                                                                    

SLECHTE SLAPER?

TIPS voor de ouders

Is je kind een slechte slaper? Probeer het dan eens met de volgende tips:

 -Begin de avond rustig, doe geen drukke spelletjes met je kind net voor het naar bed gaat.

 -Houd een vast ritueel aan en een vaste bedtijd, zodat het kind precies weet waar het aan toe is.

 -Zeg duidelijk dat je kind nu moet gaan slapen, gebruik niet teveel woorden en blijf rustig.

 -Slapen kun je niet dwingen. Probeer dat dan ook niet.

-Laat jezelf niet opfokken, daar gaat je kind echt niet sneller van slapen en je eigen avond wordt zo ook verpest.

 -Als je kind roept, ga dan naar je kind toe en laat het niet bij jou komen. Als het eenmaal uit bed is, is het moeilijker voor je kind om weer in slaap te komen.

 -Ga even bij je kind zitten, desnoods liggen en stel het gerust .

 -Begint het weer te roepen, ga dan op bed of naast het bed op een stoel zitten en lees bijv. een boek, zonder op de vragen en opmerkingen van je kind in te gaan. Zo ben je toch dichtbij, maar is het wel duidelijk dat je er niet zit voor een gezellig praatje.

-Je kan de afstand steeds een beetje vergroten.

 -Als dit lukt kun je af en toe even opstaan en wat gaan rommelen boven, zodat je toch nog in de buurt bent.

 -Zet een eierwekkertje naast het bed. Begin met 3 min. , dan 5, 8, 12, 15, 20. Zeg dat je pas weer komt als het eierwekkertje is afgegaan.

Let wel op: als hij op 20 min. staat, kijk dan even om het hoekje of je kind niet in slaap gevallen is  en haal het wekkertje weg, anders schrikt het weer wakker.

 -Je kunt ook met beloningsstickers werken. Als het de afgesproken tijd haalt, krijgt je kind een sticker. Bij een aantal stickers ga je iets leuks doen of krijgt het kind iets, dat van tevoren afgesproken is.

 -Is er soms iets aan de hand waarom het kind ‘s nachts onrustig is? Is het te koud, warm, voelt je kind zich niet lekker, is het ergens allergisch voor?

 -Zet een foto van jezelf bij het bedje van je kind.

 -Laat een klein lichtje branden.

 -Voor vroege vogels: zet een timer op het nachtlampje, als het ‘s ochtends aangaat, mag het kind eruit komen.

 -Als je echt helemaal uitgeput bent van die gebroken nachten, breng je kind dan naar een oppas, zodat je één nacht lekker door kan slapen.

 -Denk ook eens aan jezelf: laat de boel de boel en slaap overdag een uurtje bij, tijdens het middagslaapje van je kind of als het naar de speelzaal is.

 -Net als bij volwassenen heb je ochtend en avondkinderen. Houd daar rekening mee.

 Succes!

 

                          

 

 

 

Nina Nee lust geen erwtjes

 

                              Nina Nee loopt in de keuken,
                              maar aan tafel wil ze niet,
                               als ze daar een schaal vol
                               dampend hete erwtjes ziet.

 Mama tilt haar in haar stoeltje.
Nina roept: ‘ik hoef niet hoor.
Ik vind erwtjes echt niet lekker,
nee, ik slik ze toch niet door.’

 Nina trekt een vies gezicht.
Ze houdt haar mondje stevig dicht.
Ze perst haar lippen op elkaar.
Ik ga niet eten,
‘Ik ben klaar.’

 Mama zegt: ‘hier is je lepel,
schep wat groente uit de pan.
Dan ben jij een grote meid,
eens kijken of jij dat wel kan.’

          ‘Als je eet, heb jij gewonnen.           
De eerste prijs is dat niet fijn?
En dan krijg je een verrassing,
spannend hoor, wat zal het zijn?

 Nina denkt: dat moet ik weten.
Zal ik dan toch maar iéts eten?
Ze pakt de lepel, hop hop hop,
Een, twee, drie…
drie erwtjes schept ze op.

 Nina Nee doet één zo’n erwtje
in haar mond, ze rilt en schrikt,
maar voordat ze ‘t zelf doorheeft,
is het erwtje doorgeslikt.

 Ze probeert het nog een keertje
en nu ook die laatste hap…
slik en weg. Hoera, gewonnen!
Mama roept: ‘wat ben jij knap!

 Oogjes dicht, hier is je prijs.’
‘Ha,’ roept Nina, ‘lekker, ijs.
Ijs met slagroom en een wafel.
Voortaan kom ik
uit mezelf aan tafel!’

SLECHTE ETER?

TIPS voor de ouders

Is je kind een slechte eter? Probeer het dan eens met de volgende tips:

 -Laat je kind zelf zijn eten opscheppen

 of: Geef een heel klein beetje

 of: Geef juist teveel en schep de helft eraf, dan misschien nog eens de helft. Zo lijkt het in vergelijking met wat er eerst lag, heel weinig.

 -Laat je kind zelf groente, fruit of hartig beleg kiezen in de winkel.

 -Prijs je kind om wat het wél gegeten heeft, al is het maar één erwtje of één hapje brood.

 -Word niet boos als niet als het niet zijn hele bord leeg heeft.

 -Let op je eigen houding; als je zelf al saggerijnig aan tafel gaat, omdat het toch niet zal lukken, heeft je kind er waarschijnlijk ook al snel geen zin meer in.

 -Probeer een machtsstrijd uit de weg te gaan. Je kind houdt het meestal langer vol dan jij. Maak niet teveel woorden vuil aan het eten.

 -Schrijf eens op wat je kind op een dag eet, meestal krijgt het toch nog aardig wat binnen.

 -Probeer het slechte eetgedrag niet als een persoonlijke aanval op jou te zien, je kind is gewoon koppig en laat merken dat het een eigen wil heeft.

 -Misschien vind je peuter iets écht niet lekker. Zelf heb je vast ook dingen waar je van gruwelt.

 -Als je kind geen warm eten lust; geef een boterham met worst of kaas, leg er wat fruit bij, zo kan het kind toch gewoon aan tafel mee-eten.

 -Zorg dat je kind niet te moe is om te eten.

 -Beperk de tussendoortjes tot een minimum.

 -Vraag eens aan andere ouders hoe het bij hen gaat. Grote kans dat zij ook last hebben van een lastige eter en misschien hebben zij juist die ene bruikbare tip voor je…

 -Bewaar geen eten tot een volgende maaltijd, ruim alle borden tegelijk op. Begin elke maaltijd opnieuw, met goede moed. Eens zal het beter gaan…

 -Probeer rustig te blijven, ook al haalt je peuter het bloed onder je nagels vandaan, maar:

 -Soms kun je niet voorkomen dat je kwaad wordt en dat gezeur aan tafel spuugzat bent. Loop weg als je bijna ontploft, tel tot 10, desnoods tot 1000, gil je keel schor in een kussen, koop een boksbal of ga op een vechtsport.

 -Voel je niet schuldig als je eens een keer je stem verheft. Jij bent ook maar een mens.

 Succes!

 

 

Nina Nee mag met mama mee

 Nina Nee loopt in de winkel,
pakt een eigen kar en rijdt
zelf door het hek naar binnen,
als een echte grote meid.

 Maar al snel gaat Nina rennen,
scheurt de bocht om, kijkt niet uit
en botst daarom met een vaartje
tegen een volle kist met fruit.

 Appels vliegen in het rond,
peren rollen op de grond.
Nina schrikt ervan en zegt:
’t was een ongelukje,
echt!’

 Nina loopt nu braaf naast mama
Hé, daar ziet ze snoepjes staan.
En in een paar tellen heeft ze
wat zakken in haar kar gedaan.

 ‘Kijk eens mam,’ roept ze tevreden,
‘vind je dat niet goed van mij?
Ik heb zelf iets gekozen.’
Maar mama die is niet zo blij.

 Ze zegt: ‘leg jij vliegensvlug
Al die zakken snoep eens terug.
Anders, ja, dan heb je pech.
Dan zet ik joúw kar
weer weg.’

 ‘Nee,’ gilt Nina. ‘Nee, niet doen!’
Ze gooit zich op de grond.
Krijst totdat ze half schor is
en schopt woedend in het rond.

 Mama roept: ‘ik ga hoor, prima,
daag, tot straks en veel plezier.
Ik ga thuis een koekje eten,
blijf jij maar lekker gillen hier.’

 ‘Wat?’ roept Nina. Ze springt op.
'Ik wil ook koek, mama, stop!
Ik zal het echt nooit meer doen.’
En mama geeft haar
een knuffel en een zoen.

 

GEZELLIG WINKELEN/DRIFTBUI?

TIPS voor de ouders

tips voor gezellig winkelen:

-Stel iets leuks in het vooruitzicht als je kind geen zin heeft om mee te gaan;  eendjes voeren, een koekje, samen een boekje lezen.

-Vraag niet: zullen we naar de winkel gaan, maar deel het kordaat mee: kom op, we gaan naar de winkel. Dat werkt meestal beter.

-Probeer een ja/nee-spelletje te vermijden.  Je kind roept vaak ‘nee’ om het nee-zeggen.  Het heeft net door dat het een eigen wil heeft en wil dat graag laten merken.  Het gaat hem daarbij niet om de inhoud.

-Bereid je kind kort voor.  Zeg dat jullie zo weg gaan, leg uit waarom.

-Probeer te winkelen als je de tijd hebt. Als jij gestressd bent,  zal je kind sneller dwars gaan liggen.

-Ga als je kind naar de speelzaal is of  als het thuis kan blijven.

-Geef je kind zijn favoriete speeltje/knuffel mee naar de winkel.

-Als je kind niet bij jou in de kar wil, laat het dan een kinderkarretje pakken of naast je lopen.

-Laat je kind spullen pakken en in zijn eigen karretje leggen en laat het bij bijv. het fruit of de koekjes zelf uitkiezen wat het lekker vindt.

-Laat je kind na afloop een grote kartonnen doos uitkiezen om mee naar huis te nemen, goed voor urenlang speelplezier.

-Let op wat wél goed gaat en geef je kind daar complimentjes voor.

 Als je kind een driftbui krijgt:

-Probeer je kind af te leiden met een grapje, probeer het op andere gedachten te brengen. Begin over heel iets anders.

-Blijf rustig, als je zelf gaat schreeuwen, gaat je kind er meestal net zo hard tegenin.

-Bij het ene kind helpt oppakken en tegen je aandrukken, bij het andere even stevig vastpakken en toespreken, bij het andere  apart zetten, bijv. op een strafstoeltje of op de gang. Als het niet blijft zitten, blijf consequent en zet het steeds terug tot het een bepaalde tijd gezeten heeft, bijv. 2 minuten.

-Als niks helpt, laat het dan gewoon uitrazen, maar probeer zelf rustig te blijven.

-Loop weg en doe net of het je niet interresseert dat je kind zo doet, misschien komt je kind dan achter je aan.

-Pak je kind onder je arm en neem het mee. Laat  maar lekker gillen.

-Probeer je niets aan te trekken van opmerkingen en blikken van mensen in de omgeving. Dit is iets tussen jou en je kind, een ander heeft er niets mee te maken.

-Als je in een machtsstrijd zit is het enige wat je wilt: winnen. Als kind, maar ook als ouder. Je kind moet naar je luisteren, omdat jij de baas bent. Als het niet luistert voel je je letterlijk ‘machteloos’; zonder macht, en dat is een heel vervelend gevoel.

-Geef je kind af en toe gewoon gelijk. Je kunt niet altijd winnen! Geef hem het gevoel dat het iets te vertellen heeft. Dat is goed voor z’n zelfvertrouwen. Als dat niet mogelijk is, zoek dan een compromis.

-Maak het na een driftbui goed met je kind, knuffel het even of neem het op schoot. Zeg dat je blij bent dat het over is.

 Succes!

 

 

 

 

-OPROEP-ILLUSTRATIES-OPROEP

Kun je leuk tekenen??

Wil jij illustraties maken bij de gedichtjes van Nina Nee?

 

stuur dan een mailtje (met tekening) naar

carietleeuwis@zonnet.nl

 

 

                                                                               

       

 

 

 

VOORLEESTIPS

Wat is er fijner voor een peuter om lekker tegen je aan te kruipen, te luisteren naar je stem en te kijken naar mooie plaatjes?
Voorlezen,  een moment van rust brengen in je drukke leven; ontspanning voor jou en je kind, gezelligheid, samen zijn.
Dat het daarbij ook nog goed is voor je kind, is mooi meegenomen natuurlijk.

Hier volgen een paar tips om het lezen leuk te maken:

-Kies een boek dat jou én je peuter aanspreekt. Niks is zo vervelend als het lezen van een boek waar je zelf niets aan vindt. 

-Kies een boek dat bij de leeftijd van je kind past. 
Voor kinderen tot anderhalf jaar is kijken naar duidelijke en eenvoudige plaatjes het belangrijkst. 
Vanaf 2 jaar kunnen korte verhaaltjes verteld worden; waarbij ieder plaatje zijn eigen verhaaltje vertelt. Wat ouder kunnen peuters langere verhaaltjes aan.

-Als je de tekst te lang of te moeilijk vindt, is het helemaal niet erg als je die zelf aanpast. Het is geen verplichting te lezen wat er staat! Laat iets weg of verzin er zelf iets bij. 
Je hoeft het ook niet helemaal uit te lezen als de aandacht van het kind weg is.

-Praat over de plaatjes die in het boek staan. Maak er een spelletje van; zie je dit? Waar is de kip? Is dat blauw?
Je kan het zover uitbreiden als je wilt. Wat voor geluid maakt een kip? Kan jij ook in je handen klappen? Maak 'grapjes': Dat is een olifant (terwijl het iets anders is). Zeker weten dat je kind erop reageert!

-Een 'saai' gesproken verhaaltje is niet zo boeiend voor je kind. Gebruik je intonatie.  Raffel het verhaaltje ook niet af, omdat het al zo laat is en je kind moet gaan slapen. Begin dan liever iets vroeger of las een ander rustig moment in. 

 

Wat leert je kind van voorlezen?

-Het taalgevoel wordt spelenderwijs ontwikkeld. Het leert bijv. nieuwe woordjes.

-Het stimuleert de fantasie.

-Het wereldje van je kind wordt groter, doordat het in een boekje steeds nieuwe dingen ziet.

-Het helpt bij de verwerking van nieuwe indrukken en gevoelens. In het boekje is iemand boos, dat is je peuter ook wel eens. Wat wordt er in het boekje aan gedaan? Wat kunnen je peuter en jij eraan doen? Praat erover.

-Je kind leert een tijdje stilzitten en zich concentreren.

-Het leert luisteren.

-Het leert nadenken en oplossingen zoeken.

 

 

GEBOORTEKAARTJE

Niet echt iets voor peuters, maar misschien wel een idee als er een broertje of zusje op komst is: een origineel geboortekaartje.

Deze geboortekaartjes zijn ontworpen door Cariets vriendin Louise de Wit, beeldend kunstenaar. Ze maakt zeefdrukken, schilderijen en tekeningen.
Ook voert ze opdrachten uit, zoals dit familiedrukwerk. Ze ontwerpt de kaartjes en maakt er een zeefdruk van. Op deze manier ontstaat een uniek kunstwerkje!
Voor meer informatie kun je op haar website kijken: www.louisedewit.nl