Onweer in je hoofd

Olga is net verhuisd en heeft het in haar nieuwe woonplaats helemaal niet naar haar zin. Ze mist haar beste vriendin en haar oma, bij wie ze bijna elke middag na school was. Op de nieuwe school lukt het haar maar niet om echte vriendinnen te krijgen. Omdat haar ouders allebei werken, zit Olga veel alleen thuis. In Olga wordt het gevoel van eenzaamheid steeds groter en als ze het idee heeft dat niemand haar ziet staan, wordt ze woedend. Dan onweert het in haar hoofd en dan moet ze iemand te grazen te nemen. Bijvoorbeeld die slome Jacco, die al ineenkrimpt zogauw hij haar ziet. Maar de klas pikt haar gedrag niet en neemt wraak. Olga ondervindt aan den lijve hoe het is om zelf gepest te worden.

Uitgeverij Sjaloom, Amsterdam, 2000
Illustraties: Helen van Vliet
Vanaf 9 jaar
Onderwerp: pesten, school

Het idee:

Toen Cariet naar een reünie van de lagere school ging, wilde er één leerling niet komen. Ze had zulke slechte herinneringen aan haar schooltijd, dat ze het niet zag zitten om iedereen te zien. Cariet schrok daar best van en herinnerde zich dat ze haar wel eens ‘vlooienkind’ noemde en nooit met haar speelde. Ze vroeg zich af of ze de enige was die zo deed, maar het bleek dat het merendeel van de klas haar weleens uitschold en links liet liggen. En er werd niks aan gedaan.
Cariet schaamde zich er flink voor en besloot een verhaal te schrijven over een pester.

Cariet: 'Ik hoop andere kinderen ervan te weerhouden ooit te gaan pesten, omdat het, zelfs jaren later, nog invloed kan hebben op je leven.'

Fragment:

Olga rent gelijk naar buiten als de bel gaat. Dan is ze tenminste even van die rotkop van de meester af. Ze kijkt waar Isabel is. Olga ziet haar staan bij een groepje kletsende meiden. Lara is erbij en Iris en Mia Pissebed.
Ze rent op hen af. Het gesprek valt gelijk stil als Olga erbij komt staan. Ze kijken haar vijandig aan.
‘Kom Isabel,’ zegt Olga gebiedend. ‘Je gaat toch zeker niet bij hun staan. Bij Lara het tekenwonder en Iris die hier is.’
Ze tikt met haar wijsvinger tegen haar voorhoofd en trekt Isabel met zich mee.
Iris wordt kwaad. ‘Je bent zelf hier!’
Lara geeft een por in haar zij. ‘Stil joh, laat ‘r toch. Wat heb je eraan als je een klap op je kop krijgt?’
Want die heb je zo te pakken van Olga. Wie wil dat nou?
Olga heeft het gelukkig niet gehoord. Anders had ze wel uitgehaald naar Iris. Ze is met Isabel naar het hek gelopen en loert over het schoolplein. Haar oog valt op Jacco.
‘Kijk hem daar eens staan,’ gniffelt ze. ‘Kom mee, Isabel, die jakhals moet ik net even hebben.’
Vanmorgen had Olga zich nog zo voorgenomen niemand kwaad te doen. Maar toen scheen de zon nog in haar hoofd. Nu onweert en bliksemt het. Allemaal door die twee rotvissen en die rotmeester.
Ze bedoelde het toch goed? Maar het liep weer helemaal verkeerd af. Kan zij er wat aan doen dat die vissen dood zijn? Het ging echt per ongeluk.

 

illustratie Helen van Vliet